Terrasplanken

ONDERGROND

  • Zorg voor voldoende ventilatie (1) onder de terrasplanken, zodat deze kunnen opdrogen na een regenbui.
  • De ondergrond moet volledig vlak en stabiel zijn.
  • Voor een goede waterafvoer dient de ondergrond een helling van 10 mm per lopende meter (2) te hebben in de lengterichting van de terrasplank, bij voorkeur in de richting weg van het huis. Deze helling moet behouden blijven op de terrasplank zodat de waterafvoer optimaal verloopt en er geen water op, in of onder de plank kan blijven staan.

BEVESTIGEN DRAAGBALKEN

  • De terrasplanken worden geplaatst op draagbalken. Plaats alle draagbalken op 1 lijn, zodat de startclips op de kop van iedere draagbalk kan bevestigd worden.
  • De afstand tussen de balken mag niet meer dan 50 cm zijn. Op 20 cm van het begin en einde van het terras wordt een extra draagbalk bevestigd.
  • Bevestig de draagbalken iedere 50 cm op een betonnen ondergrond of op een dragende structuur (2).
  • Gebruik een verzinkboor of safrijn om de gaten in de draagbalken conisch te maken, zodat de vijzen en pluggen verzonken zitten (3).

BEVESTIGEN TERRASPLANKEN

  • Zorg ervoor dat alle planken in dezelfde richting worden gelegd (aan de binnenkant van iedere plank is hiervoor een merkteken voorzien).
  • Een uitzettingsvoeg van 5 mm per lopende meter is noodzakelijk, met een minimum van 15 mm tegen een muur (4).
  • De eerste en de laatste terrasplank worden vastgemaakt met de start- en eindclips. De volgende plank schuift in de vorige standaardclipsen en wordt zelf met standaardclipsen op iedere draagbalk bevestigd (4). Dit wordt herhaald tot de laatste terrasplank. Deze wordt dan opnieuw met de start- en eindclips vastgemaakt.
  • Plaats bij voorkeur een draagbalk op het einde van uw terrasplanken, zoniet mag de oversteek maximaal 50 mm zijn zonder ondersteuning.
  • Indien u meerdere lengtes na elkaar plaatst, verbindt u deze planken met een verbindingsclips (5). De uitzettingsvoeg tussen de kopse kanten van de planken moet 10mm bedragen.
  • Bij de bevestiging van de clips is het steeds noodzakelijk om voor te boren.
  • Het terras kan worden afgewerkt met een houtcomposiet plint of L-profiel of een geborstelde aluminium L-profiel (6-7).

AFWIJKENDE PLAATSING: DAKTERRAS, PLAATSING IN DE HOOGTE,...

  • Indien u de draagbalken niet over de volledige lengte kan ondersteunen of niet aan de ondergrond kan vastmaken of in de hoogte wil plaatsen dmv dragers,... dan dient u een stevig stalen of houten (klasse 1) kader te maken (8). De Duofuse® draagbalken (DFB048) kunnen hier niet voor gebruikt worden. Plaats dit kader op de ondergrond of op dragers. Plaats de dragers op max. 500 mm van elkaar.
  • Gebruik op houten of stalen draagbalken geen standaardclips (DFC001) maar wel verbindingsclips (DFC002).

Tand en groef planken

Doordat de planken een borstelrichting hebben, is het belangrijk dat het merkteken (1) aan de binnenkant zich steeds aan dezelfde kant bevindt.
Het scherm kan op de grond geplaatst worden aangezien houtcomposiet niet rot. Ondersteun het scherm op grondniveau wel op 3 plaatsen door middel van tegels, betonplaat of ander hard materiaal zodat het niet kan wegzakken in de grond. Indien u onder het scherm een betonnen onderplaat, tot max. 4 cm dik, wenst te gebruiken, kan u deze bevestigen met de grote Duofuse® U-profielen (2). De standaard lengte van de planken bedraagt 180 of 200 cm maar de planken kunnen op eender welke lengte afgezaagd worden.

BEVESTIGING U-PROFIELEN

  • Aan een paal kan aan meerdere zijden (max. 4) een U-profiel bevestigd worden, zo kan een hoek gerealiseerd worden.
  • Bevestig het U-profiel aan de paal met RVS-schroeven van 4,0/5,0 x 25/40 mm (max. tussenafstand 40 cm).

BEVESTIGING PALEN EN PLANKEN

  • Start indien van toepassing steeds tegen de woning, schuur of ander vast punt. Nadat de eerste paal geplaatst werd, plaatst u de laatste paal.
  • Veranker zeker de eerste en de laatste paal goed. Plaats nu scherm per scherm. Plaats de palen op 1 rechte lijn en op dezelfde hoogte. Schuif de planken langs boven in de U-profielen handmatig naar beneden (3).
  • Druk de planken tegen elkaar aan. Zorg ervoor dat de planken langs beide zijden de nodige uitzettingsvoeg hebben (min. 1 cm) (4). De paal moet 5,5 cm boven het scherm uitsteken om de nodige uitzettingsruimte te voorzien.

Er zijn 3 mogelijkheden om de palen te bevestigen:

  • Tegen een muur met pluggen en bevestigingsschroeven of met RVS L-beslag.
  • In de grond zonder houders (5).
    Een paal dient ongeveer 1 / 3 van de lengte in de grond zitten met een minimum van 40 cm. Maak hiervoor een put van 40 x 40 cm en 80 cm diep, die voor minstens 2 / 3 gevuld is met stabilisé of (snel)beton.
  • Op terras, betonvloer of muur door middel van de interne paalhouder.
    Bevestig de paalhouder stevig met geschikte schroeven, bouten en/of pluggen in het grondoppervlak. Plaats de paal over de paalhouder. U zal de paal met het aluminium kruis nog op de gewenste lengte moeten afzagen.

AFWERKING

  • U kan het scherm bovenaan afwerken door het kleine U-profiel er horizontaal op te plaatsen (6).
  • De palen worden afgewerkt door afdekkapjes die verlijmd worden bovenop de paal. Plaats de afdekkapjes pas nadat alle horizontale U-profielen werden bevestigd.

Lamellenafsluiting

De plaatsing van de Duofuse® lamellenafsluiting is identiek aan de plaatsing van het tand- en groefplankensysteem, aangezien hier ook gebruik gemaakt wordt van planken die in een U-profiel geklemd worden.

  • Met de lamellenafsluiting kan u modulair schermen opbouwen van 20 tot 200 cm hoog, afhankelijk van het aantal gebruikte planken. De schermen kunnen ook in trapvorm opgebouwd worden, bijvoorbeeld: eerste scherm 120 cm hoog, tweede 160 cm hoog,… Het scherm kan op de grond geplaatst worden aangezien het scherm niet rot.
     
  • De standaard lengte van de planken bedraagt 200 cm maar de planken kunnen op eender welke lengte afgezaagd worden. Door de aanwezigheid van de verstevigingprofielen in staal dient u hiervoor een ijzerzaag te gebruiken.
     
  • In de lengte moet langs beide kanten van de planken een uitzettingsruimte van min. 1 cm voorzien worden. Zorg ervoor dat u de plank met de enkele lip naar beneden plaatst (zie tekening). Rekening houdend met de dikte van het U-profiel (0,5 cm) moeten de planken dus min. 2 x 1,5 cm korter zijn dan de afstand tussen de palen. Voor de standaard lengte van de schermen bedraagt de afstand tussen de palen dus 203 cm.
     
  • Een paal dient ongeveer 1/3 van de lengte in de grond zitten. Voor een scherm van 200 cm hoog volstaat 95 cm in de grond. Maak een put van 40 x 40 cm en 95 cm diep en leg een tegel in de put om verzakking van de paal tegen te gaan.

Omheining

Doordat de planken een borstelrichting hebben, is het belangrijk dat het merkteken aan de binnenkant zich steeds aan dezelfde kant bevindt.

De omheining kan op de grond geplaatst worden aangezien houtcomposiet
niet rot.
De standaard lengte van de planken bedraagt 180 cm maar de planken kunnen op eender welke lengte afgezaagd worden.

BEVESTIGING U-PROFIELEN EN OPVULPROFIELEN

  • Zaag de U-profielen op gelijke lengte af en bevestig deze aan de paal
  • Bepaal de vrije ruimte tussen de bodem en de onderste plank alsook de tussenruimte tussen de verschillende planken. Gebruik deze afstanden om het opvulprofiel op de gewenste lengte af te zagen. Schuif het eerste opvulprofiel naar beneden in het U-profiel tot tegen het grondoppervlak. Schroef dit opvulprofiel nu vast. Herhaal dit bij alle palen.

BEVESTIGING PALEN EN PLANKEN
De bevestiging van de palen is identiek als bij het tand en groef plankensysteem.

  • Schuif de eerste plank langs boven in de U-profielen naar beneden tot tegen het onderste opvulprofiel.
  • Schuif nu het tweede stuk opvulprofiel in het U-profiel naar beneden tot tegen de eerste plank.
  • Opgelet om uitzetting mogelijk te maken, mag u enkel het eerste stuk opvulprofiel onder de eerste plank vastschroeven. De volgende stukken opvulprofiel en planken  moeten de mogelijkheid hebben om naar boven uit te zetten.
  • Zorg ervoor dat het U-profiel enkele cm boven de bovenste plank uitsteekt. Klem hierin een laatste blokje opvulprofiel. De paal moet enkele cm boven de omheining uitsteken om de nodige uitzettingsruimte te voorzien.

AFWERKING

  • De palen worden afgewerkt door afdekkapjes die verlijmd worden bovenop de paal.